|
KLEUTERJAREN
3 - 6 JAAR
In
deze periode treedt vooral de evolutie van het constructiespel in zijn
verschillende verschijningsvormen op de voorgrond. Het bouwen b.v., dat
met stapelen en omgooien begint, evolueert naar het rekening houden met
de mogelijkheden van het materiaal om langs deze weg de wereld waarin
het kind leeft te herconstrueren en aldus beter te leren begrijpen. Dit
niveau van constructiespel waarin geleidelijk aan een doel voorop komt
te staan, voltrekt zich steeds in duidelijker vorm tussen drie en zes
jaar.
Het ligt voor de hand dat indien het kind dit niveau van construerend
bouwen van de buitenwereld niet verwerft en niet intens beoefend heeft,
het onmogelijk schoolrijp kan zijn.
In
het imiterende fantasiespel speelt het kind een aantal rollen die een
uitdrukking zijn van situaties die het kind beleeft en ervaart, b.v. winkeltje
spelen, naar de dokter gaan, het poppenhuis enz.
Op deze wijze verwerft het kind de opgedane ervaringen en integreert ze
in het eigen bestaan.
Het
samen spelen en werken van kleuters is nog zeer moeilijk. Het samendoen
van allerlei dingen betekent voornamelijk naast elkaar spelen maar het
verder zetten van zijn eigen activiteit. Samenspel en samenwerken is enkel
mogelijk wanneer de activiteit duidelijk afgesproken en begrepen is. Het
praten is het vertellen van een eigen verhaal maar geen samenspraak.
Om
te kijken en te luisteren:
Prentenboeken met ingewikkelder plaatjes; vertelboeken waaruit kan verteld
of voorgelezen worden; ook kijkboekjes met woorden, niet om te lezen maar
omdat het kind nu verband gaat zien tussen het gesproken woord en wat
er bij het plaatje staat; prentbriefkaarten verzamelen en in een schoendoos
bewaren of in een boek plakken.
Om
zelf muziek te maken:
Muziekdoosje; eenvoudige muziekinstrumenten; meezingen met anderen.
Om
te passen en te experimenteren:
Inlegpuzzels; insteekmozaïek; bouwelementen in hout of plastiek; houten
trein op rails; materiaal om te schroeven; zand en water met schenkmateriaal,
naald met kleine kralen; kleurboeken; papier; verf; kleurpotloden; schaar,
lijm; oliekrijtjes; lapjes met schaar, naald en draad; raffia; domino-
en lottospelen om alleen te spelen; weegschaal met b.v. eikels, kastanjes,
knopen, blokjes, zakjes met erwtjes of bonen; vlechtblaadjes; klok; zeer
eenvoudige gezelschapsspelen (kleurendomino, dierenlotto, hoedenspel,
enz...
Om
fantasiespelletjes te spelen:
Allerlei verkleedmateriaal; poppenkast met poppen en dieren; poppenhuis
met kleine poppetjes; poppenbedje en poppenwagentje; pop met eenvoudige
poppenkleertjes; bezem, stofdoek, blikje; eenvoudig poppenserviesje; winkeltje
met toebehoren; rijdend materiaal en uitstalspeelgoed (stad, zoo) om de
wereld op te bouwen.
Om
buiten beweging te hebben:
Driewieler; step; werpring; schop en kar; touwladder; schommel; trekwagen
met vrachtmateriaal; zandbak; grote bal; tuingereedschap om te helpen
tuinieren.

Opmerkingen
en wenken
- Legmateriaal
en insteekmozaïek in verschillende vormen en kleuren dus geen klaargemaakte
figuren.
- Kralen
om te rijgen in bout, plastiek of graantjes. In het begin grote kralen.
Nylondraad of veter zijn zeer geschikt om te rijgen.
- Papier
in verschillende kleuren en dikte om te knippen en te scheuren. Kinderschaar
in metaal met afgeronde hoeken.
- Het
tekenen is ook een expressiemiddel. Het krassen van in het begin wordt
door herhaling verfijnd zodat de mogelijkheid groeit tot weergaven van
ervaringen en belevingen. Daarom mag het krassen niet verboden worden
maar gestimuleerd met het nodige materiaal.
|